DOMME KIEZERS
Veel kiezers hebben niet de kennis om volwaardig aan het democratische proces mee te doen. Deze stelling poneerde een spreker zondag in het tv-programma Buitenhof. Dit klonk interessant, maar het klopt niet.
In het boek The Wisdom Of Crowds van de Amerikaanse we- tenschapsjournalist James Surowiecki – onnavolgbaar vertaald als Twee weten meer dan één (uitgeverij Contact) – staat een fraai verhaal over Sir Francis Galton. Deze negentiende-eeuwse academicus was, net als zijn familielid Charles Darwin, een productieve onderzoeker die bewonderenswaardig veel boeken, uitvindingen en theorieën op zijn naam heeft staan.
Vijf jaar voor zijn dood in 1911 bedacht de toen 85-jarige conservatief een experiment om aan te tonen dat democratie een belachelijk idee was, omdat de gemiddelde kiezer het niveau van onnozele halvezool niet zou ontstijgen. Galton hoopte dat zijn onderzoek de gedachte zou staven dat de macht en het gezag in een land moesten zijn voorbehouden aan een privileged minority – een gedachte die we er als bezorgde burgers natuur- lijk allemaal wel eens op nahouden.
En daarom toog Galton naar het platteland, waar bij een jaarmarkt een enorme os stond opgesteld. Tegen betaling van zes penny’s konden bezoekers schatten hoeveel dit beest woog nadat het was geslacht en gevild. Wie het juiste gewicht invulde, kreeg de hoofdprijs. Het publiek bestond voor een deel uit zakenkundige boeren en slagers, maar ook vele kantoorbedienden en andere goklustigen vulden een stembriefje in.
Galton zag een overeenkomst met democratie, waar lieden van uit- eenlopend pluimage zich in de verdeling van de pot konden mengen. Later tekende hij in het wetenschappelijke tijdschrift Nature op: ‘De gemiddelde deelnemer was waarschijnlijk even goed toegerust om een juiste schatting te maken van het nettogewicht van de os, als een gemiddelde kiezer om de merites te beoordelen van de meeste politieke kwesties waarover hij zijn stem uitbrengt.’
In totaal werden er 787 geldige stembiljetten ingevuld. Niemand van de bezoekers had het nettogewicht van 1.198 pound geraden. Galton telde alle schattingen bij elkaar op en berekende het gemiddelde van de groep, in de overtuiging dat dit ver naast de waarheid zou zitten. Helaas, de bezoekers hadden gezamenlijk vrijwel exact geraden dat het beest 1.197 pound woog. Sommigen zaten er met hun schatting ver boven, ande- ren ver onder, maar gemiddeld klopte de uitslag perfect. De grotendeels onnozele menigte wist samen meer dan de meest deskundige boer of slager. De oude wetenschapper moest zijn mening bijstellen: ‘Het resultaat schenkt meer vertrouwen in de betrouwbaarheid van een democratisch oordeel dan men had kunnen verwachten.’
Natuurlijk gaat het besturen van een land verder dan het raden van het gewicht van een koe. Wat The Wisdom Of Crowds aantoont, is dat democratische besluitvorming altijd gebaat is bij een beetje domheid. Zie het besturen van een land als een combinatie van permanente probleemoplossing en het voorzien van problemen. We zouden verwachten dat een groep van de meest briljante mensen hiertoe het best in staat is. Hoe bizar het klinkt: dit blijkt niet zo te zijn. Een groep van slimme én minder slimme lieden scoort structureel veel beter bij het oplossen van problemen dan een groep van louter bollebozen. De wetenschap hierachter zal Surowiecki u verder uitleggen, maar laat het een geruststelling zijn voor wie zich zorgen maakt. Of aangesproken voelt.


Het originele artikel van Francis Galton in Nature, mij toegezonden door een lezer.





