terug naar het weblog > 05 mei 2010

IVANHOE!

Fragment uit het verhaal 'Vrijnacht' uit Het feest der liefde (1994):

 

Ik ontmoette haar op de vrijdag dat ik in Amsterdam verzeild raakte op de Dam tijdens de Dodenherdenking en ik - meteen nadat de trompetten hadden geblazen - de stilte had verbroken door per ongeluk 'Ivanhoe!' te roepen. Boos draaiden velen zich naar mij om; een enkeling moest lachen. Ik schaamde mij enorm, maar ik vond het laf om weg te lopen. Met een rood hoofd schuifelde ik achterwaarts van de plechtigheid vandaan, in de richting van het Paleis. Toen de twee minuten stilte voorbij waren, fluisterde iemand achter mij in mijn oor: `Jij bent gek.' Dat was Lisa. Ik knikte verontschuldigend, maar ze leek niet boos of verontwaardigd.

 

Na de herdenking, de toespraken en het leggen van de kransen, bleef ze bij me staan. Ze vroeg of ik alleen maar naar de plechtigheid was gekomen om na het schallen van de trompetten Ivanhoe te roepen. Ik schudde van niet.

 

'Het flapte eruit. Ik geef mijn bek altijd maar een douw, het is verschikkelijk,' zei ik. Onverschillig keek ze me aan. Ze was niet uitgesproken mooi, maar wel heel knap. Ze droeg een lange, strakke zomerbloemenjurk, met daaronder lompe legerboots. Haar haar was roodachtig zwart geverfd. We hoorden duidelijk niet tot dezelfde scene.

 

'Wat doe jij hier?' vroeg ik.

Luchtig haalde ze haar schouders op.

'De doden herdenken.'

Ze zei het glimlachend.

 

Over dit stukje schreef ik in Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid (2002):

 

Het was in dezelfde Oude Mol dat Rob van Erkelens en ik ons voor een kritisch maar dichtopeengepakt publiek moesten verantwoorden voor het eerste nummer van ons literaire tijdschrift Zoetermeer (net als we dat in andere steden hadden gedaan ). Tijdens de avond in De Oude Mol vroeg de illustere toenmalige eigenaar van de boekwinkel, Kasper Ablij, wat het wezenlijke verschil was tussen het hard roepen van de naam Ivanhoe net na het schallen van de trompetten tijdens de Dodenherdenking op de Dam, en het door een personage laten roepen van de naam Ivanhoe net na het schallen van de trompetten tijdens de Dodenherdenking op de Dam. Daar zijn de Nijmegenaren in de geest van de Mao’s moraaldetector altijd erg door gefascineerd geweest: in hoeverre is een schrijver verantwoordelijk voor de schandalige gedragingen van zijn protagonisten?