terug naar het weblog > 10 september 2010

BART CHABOT

 

Het is crisis in Den Haag, en dan heb ik het niet over de formatie, maar over de gezondheid van Bart Chabot.

Gisteren zou Chabots nieuwe boek worden gepresenteerd: De Patatbalie, in het spoor van de verkiezingskaravaan.

Een half jaar lang hield Chabot een humorvol reisverslag bij van zijn tocht door het politieke landschap. In zijn rol als verslaggever van Pauw & Witteman schreef hij over current affairs als de opkomst & afbladdering van Job de Verlosser, de miraculeuze herrijzenis van Mark Rutte en het lek in de beveiliging van Geert Wilders. Aan off record deed hij niet, Chabot schreef alles op wat hij interessant vond aan de Haagse perikelen, waarmee De Patatbalie op voorhand een geruchtmakend boek zou kunnen zijn.

Maar de presentatie ging niet door. Chabot kreeg vorige week de tijding dat hij een stevige tumor in zijn hoofd heeft, op een moeilijk operabele plek. Sindsdien stelt hij zijn prioriteiten. Bij P & W werd hem afgelopen dinsdag gevraagd hoe het met hem ging. Naar waarheid antwoordde hij: ‘Slecht’.

Het is blijkbaar bijzonder wanneer iemand besluit om eens niet de schijn op te houden, maar eerlijk te zeggen waar het in zijn leven op staat. Zonder larmoyant te worden vertelde hij over zijn medische waterstanden en vooruitzichten.

Gisteren troffen Bart en ik elkaar in het perscentrum Nieuwspoort, een emo... god, hoe noemen ze dat... een emoti... emotionele ontmoeting.

In een recentelijk verleden zijn Bart Chabot, Martin Bril en ik 250 avonden op theatertournee geweest. Het waren maanden dat ik mijn vrouw en kinderen minder zag dan deze mannen. Je moet erg op elkaar gesteld zijn, wil je elkaar in zo’n situatie niet gaan haten (zonder seksuele uitlaatklep, bedoel ik).

‘Het is wel duidelijk dat het niet gezond is om met jou op tournee te gaan, Doctor Death’, zei Chabot, die door de tumor zijn humor gelukkig niet is kwijtgeraakt. Hij vertelde dat hij naar aanleiding van zijn optreden bij P&W overstelpt is met reacties, brieven en mails. Op straat wordt hij staande gehouden, mensen sturen bloemen.

‘En dat doet me meer deugd dan ik van tevoren had gedacht’, vertelde hij. ‘Toen Martin Bril doodging, bleek iedereen enorm van hem te hebben gehouden. De lof die hij postuum kreeg, was immens. Ik dacht: die hadden ze hem beter bij leven kunnen toewuiven.’

Met een vrolijke oogopslag vervolgde hij: ‘Ik krijg mails van mensen die zeggen dat ze dat ze erg blij zijn dat ze me hebben gekend. In de verleden tijd. Je begrijpt dat ik nu bijna de verplichting voel om inderdaad de pijp uit te gaan, want anders stel ik mijn fans zo teleur.’

Dit was de Chabot zoals ik hem ken. Na onze lunch nam hij me mee naar een boekhandel een stuk verderop, waar toevallig de dozen met De Patatbalie net werden uitgepakt. Het officieuze Eerste Exemplaar van het boek, dat van de schrijver zelve, had Chabot na de uitzending van P & W cadeau gegeven aan Femke Halsema (die overigens uitvoerig in het boek ter sprake komt). Hij vroeg of hij mij het officiële Tweede Exemplaar mocht geven.

Hij kocht een van zijn eigen boeken. Buiten, in de zon, bekeken door een terras koffiedrinkers, drukte Bart plechtig het boek in mijn handen. Een presentatie à deux. Hierna omhelsden we elkaar. We hadden beiden onze zonnebrillen op, dus onze emo... emo... hoe heten die dingen... zullen niemand op straat zijn opgevallen.


(Column in de Volkskrant)