ALS IK IN DE SPIEGEL KIJK
Ik kreeg een mail van Leon Giesen van Mondo Leone. Een jaar of vier geleden schreef ik onderstaande column:

Soms heb ik het, en ik weet dat anderen het ook hebben. Een vlaag van onverwachte ontroering. Vaak heeft het met moeheid of geestelijke onoplettendheid te maken: dat je er zelf ook van staat te kijken dat plotseling iets je ontroert waarvan je vooraf niet had kunnen vermoeden dat het je zou raken. Ik ben stoïcijn, maar soms schiet mij een brok in de keel die daar niet thuishoort. Vannacht had ik het.
Thuisgekomen van een vermoeiende avond Boekenweek zette ik de CD op die hoort bij het spectaculaire boek Strips in Stereo, waarin veertien vaderlandse tekenaars evenzoveel vaderlandse popliedjes hebben ‘verstript’ (ik zou het graag willen aanbevelen, ware het niet dat het overal is uitverkocht). Er staan werkelijk prachtige strips in (Gerrit de Jager vertekende ‘Kom van dat dak af’, Hanco Kolk deed Spinvis, Barbara Stok ‘Is dit alles?’), en als je die leest terwijl je luistert naar de bijgeleverde muziek, is het oprecht alsof er een engel door je hoofd snowboardt. En zo kwam ik bij het mij onbekende nummer ‘Naakt en kaal’ van Mondo Leone (van Toontje Lager-bassist Leon Giesen).
Ik luisterde naar de muziek, las de tekeningen van Joost Swarte, en onverhoeds schoot ik vol. Er staat een mannetje in zijn blote piemel voor een wastafel.
‘Als ik in de spiegel kijk, word ik zelden blij,’ horen we Leon Giesen zingen, ‘ik vind niet dat ik lijk op de man die staart naar mij… en waar ik maar niet aan wen, is dat ik dit kennelijk ben.’ Kunst is als je geraakt wordt door een getekend poppetje dat over jou zingt.





