terug naar het weblog > 16 april 2009

VLEESPRODUCTEN


Study: Children Exposed To Pornography May Expect Sex To Be Enjoyable

 

 

Het is met kinderen altijd aangenaam praten over liefde en seksualiteit. Vanmiddag voerde ik met die van mij een ontwapenend gesprek over vakantieliefde, nadat we hadden gekeken naar de Canadese puberfilm Meatballs (1979), het debuut van acteur Bill Murray.

Meatballs is de eerste film waarvoor ik een gevoel koesterde dat in de buurt kwam van ‘verliefdheid’. Als veertienjarige heb ik hem zeker acht keer gezien (derderangs, voor ƒ 3,50). Wilde mafkees Tripper Harrison, gespeeld door Murray, gaf op luidruchtige wijze leiding aan het al even gestoorde North Star, een kamp waar kinderen een zomer lang door hun ouders werden gedumpt. De kinderen en hun begeleiders beleefden avonturen, speelden spelletjes en er ontstonden de onvermijdelijke vakantieliefdes. Kortom, een kamp waar ik als beginnende puber graag bij had willen horen.

Meatballs
Meatballs
Bill Murray
 
Nu dacht ik dat de comedy heden ten dage in vergetelheid was geraakt, maar tot mijn verbazing bleek de DVD binnen 24 uur leverbaar. De Engelse Wikipedia spreekt zelfs van a classic, hoewel ‘somewhat raunchy in its day’.

Dat obscene zit hem waarschijnlijk in de blijmoedige openhartigheid waarmee er door de personages over seks wordt gepraat (zonder dat er in de film ook maar iets van tepels of fysieke handelingen zijn te zien). Er zullen ongetwijfeld hedendaagse wenkbrauwen worden gefronst bij Trippers enthousiaste anti-autoritaire levensinstelling en zijn ‘wijze lessen’ aan zowel de kinderen als de counsellors-in-training, de hulpkampleiders.

Tripper is een gids voor de seksueel ontluikende pubers. Wanneer hij een groep jongemannen wijst op een barak wereldwijze 14-jarige meisjes, leert hij ze onversaagd: ‘They have the drive and the equipment, but they don’t have the experience. And they better not get it from you, guys. Not this summer, anyway.’

Dit speelde zich af in 1979. Inmiddels is er veel veranderd. Een paar weken terug organiseerde de Vrije Universiteit van Amsterdam een openbare discussie over invloed van ‘de pornoficatie’ op de jeugd, oftewel de prominente aanwezigheid van pornografische beelden in alle hoeken en gaten van de samenleving. Jongeren krijgen - vaak ongewild - een lawine bouncende borsten en trillende billen over zich uitgestort. Wat volgens sommigen hierdoor blijft hangen is de gedachte dat chics niet alleen perfect gevormd, maar ook altijd gewillig moeten zijn.

Wie vraagtekens zet bij de alomtegenwoordige parade bonkende vleesproducten wordt al snel in neoconservatieve of christelijke hoek gedrukt. Recentelijk beweerde de Volkskrant dat porno niet de vijand is (14 maart 2009). Ik ben het daar mee eens, mits kinderen een gedegen, ja zelfs liefdevolle seksuele voorlichting krijgen. En daar wringt de schoen, want volgens hoogleraar Jan Willem Sleutel leren steeds minder ouders hun kinderen de ins & uits van liefde, en laat ook het onderwijs dit dramatisch liggen. Slechts een derde van de basisscholen durft deze taak nog op zich te nemen. Terwijl het zo simpel is om klassikaal een film als Meatballs te bekijken en aankomende minnaartjes en minnaresjes te leren dat goeie lekkere vrolijke seks veel meer behelst dan louter porno – zeg ik hier maar even als de neoconservatieve christen die ik ben.

(De Volkskrant, 16 april 2009)