terug naar het weblog > 17 mei 2010

ENGAGEMENT

(afbeelding komt van deze site)

 

Vorige week werd ik door een minzame studente geschiedenis hard op het matje geroepen over het engagement van Nederlandse schrijvers. Het meisje werkte aan een scriptie over Franse intellectuelen, die veel meer maatschappelijke betrokkenheid tonen dan de denkers in ons land. In Frankrijk is tv-intellectueel een beroep. Een intello is vaak een mooie man met een golvend kapsel, een maatpak en een enorme rugtas culturele bagage, die zich publiekelijk mengt in met name politieke vraagstukken. Zeg maar wat we bij ons Joost Zwagerman noemen.

 

‘Jullie schrijvers kunnen iets bereiken!’ riep de studente.

 

‘Alleen gaan schrijvers er niet beter door schrijven als ze lid zijn van Amnesty International’, zei ik, waarop het meisje zuchtend antwoordde: ‘Het ligt in het vermogen van schrijvers iets goeds te doen voor mensen, maar ze zijn bang om door hun collega’s niet voor vol te worden aangezien.’

 

Ze was teleurgesteld over het gebrek aan stellingname. Incidenteel is er heus wel eens een schrijvende joker die zich ergens over opwindt, maar wij hebben geen literair klimaat van permanente betrokkenheid. De kredietcrisis, het mondiale handelsverkeer, de toestand in Afrika, de opwarming van de aarde – Nederlandse krabbelaars houden zich liever bezig met kruimels en zelfbevlekking.

 

Daarover gesproken. Op de dag dat mijn vrouw twee weken geleden vertrok voor een verre reis, lag er in mijn brievenbus het net verschenen boek Met de hand van de Groningse uroloog Mels van Driel. De pesterige ondertitel: Een culturele geschiedenis van de soloseks.

 

Nee, daar zat ik net op te wachten, een boek over masturbatie. Een precair onderwerp, volgens Van Driel. Het komt er grofweg op neer dat iedereen het doet en iedereen erover zwijgt. Jong of oud, getrouwd of niet: vrijwel alle mannen masturberen zo nu en dan. En van de volwassen vrouwen slaat tussen de 70 en 80 procent regelmatig de hand aan zich zelf (veel vrouwen kunnen namelijk alleen door zichzelf te vingeren klaarkomen). Toch is het een beladen, bijna verboden thema.

 

Van Driel was ooit bij een lezing van astronaut Wubbo Ockels, die over het fascinerende onderwerp ‘masturbatie in de ruimte’ vertelde, zonder ook maar een keer het woord bij naam te noemen. Terplekke besloot Van Driel een boek te schrijven over deze onbespreekbaarheid. Omdat masturbatie namelijk gezond is. Voor (oudere) mannen, met name.

 

Mannen die frequent ejaculeren lopen minder risico op prostaatkanker dan mannen met een haperend kraantje, en ze leven significant langer. Minimaal twintig keer per maand is een mooi streven. Je vraagt je af waarom masturbatie niet in het ziekenfonds zit.

 

Ik zie een spotje voor me van SIRE. Nu eens niet over verbaal voetbalgeweld, vrouwen die hun bloemen op hun auto laten liggen of de wenk dat we onze mobiele telefoons moeten uitzetten als we tijdens een vergadering even gaan plassen, maar over een onderwerp dat wel relevantie heeft.

 

Begeesterd door de kritische vraag van de studente geschiedenis en haar pleidooi iets goeds te doen voor de mensheid, roep ik hierbij op, hoe moeilijk die boodschap ook is: mensch, durf meer te masturberen! Masturberen redt en verlengt levens. Als er maar één man is die door deze oproep vaker aan de gezonde handenarbeid slaat en op die manier prostaatkanker weet te vermijden, is mijn missie als geëngageerd schrijver geslaagd. A wank a day keeps the doctor away.

 

Column in de Volkskrant, 17 mei 2010