terug naar het weblog > 18 juni 2009

DE HARDE REALITEIT

Scene uit Gomorra

 

Als er weer eens in een film iemand wordt doodgeschoten of toegetakeld dan hoor ik mezelf regelmatig tegen mijn meekijkende kinderen zeggen: ‘Het is maar gespeeld, hoor, het is allemaal niet echt.’

Soms schijnt de realiteit echter te meedogenloos door het spel van de acteurs heen. Vorige week zag ik Gomorra, de kogelharde verfilming van het spraakmakende anti-maffiaboek van de Italiaanse journalist Roberto Saviona (1979). De schrijver is inmiddels ondergedoken, uit angst voor represailles van de Camorra, de Napolitaanse georganiseerde misdaad. Saviona’s boek gaat over de bloederige wurggreep waarin godfathers en corrupte politici de bevolking van Zuid-Italië houden (het boek verscheen in 42 talen en verkocht meer dan 3 miljoen exemplaren).

De vorige jaar verschenen verfilming speelt zich af in Scampia, een verpauperde voorstad van Napels. Het zinnetje ‘het is maar gespeeld’ gaat niet op voor deze film, want hoe goed de acteurs ook acteren: de locatie laat zich niet verloochenen. Zo’n afgebladderde moedeloosmakende flatwijk kan niet in een studio worden nagebouwd. Vergeleken met deze Danteske betonhel is de Bijlmer een kakkineuze flatwijk voor welgestelden.

Regisseur Matteo Garrone (1968) liep drie maanden rond in Scampia op zoek naar geschikte locaties, waarbij hij een naamkaartje droeg zodat de plaatselijke drugsdealers konden zien dat hij geen agent was. Veel rollen in de film worden gespeeld door amateurs van lokale theatergezelschappen en de figuranten zijn allemaal bewoners van de flats. Voor hen zijn de gruwelijkheden dagelijkse realiteit.

 

Dit doet in opzet denken aan de briljante film Cidade de Deus (2002), over drugdealers in sloppenwijken van Rio de Janeiro. Op één personage na worden alle hoofdrollen gespeeld door jongeren die zelf in de favela’s wonen. Zij kregen een acteercursus die maanden in beslag nam.

 

Leandro Firmino als Zé Pequeno

 

Zo wordt een indrukwekkende prestatie geleverd door de sloppenwijkbewoner Leandro Firmino (1978), die de rol van Zé Pequeno speelt, een schietgrage misdadiger die zijn stad onveilig maakt met een golf van terreur.

Op de DVD van Cidade de Deus staat een fraaie making-of, waarin we zien hoe een dramaturge de zachtmoedige, bedachtzame Leandro probeert om te buigen naar de hardvochtige moordzuchtige Zé. In een van de imposantste scènes die ik ooit heb gezien houdt de agressieve Zé met zijn bendeleden twee kleine kinderen onder schot. Hij schiet hen beiden een kogel in hun voetje, waarna een twaalfjarige jongen uit Zé’s gevolg bij wijze van initiatie een van de kleuters moet doodschieten.

In de making-of zien we dat het jongste jongetje hier erg van onder de indruk was, waarop de dramaturge al in een vroeg stadium besloot om Leandro en deze knul veel tijd te laten doorbrengen (ze lunchten vaak samen en ze leerden elkaar goed kennen). Ik moet bekennen dat mij dit toch deugd deed, want ik weet dat de scène gespeeld was, maar soms sijpelt de harde realiteit te wreed door fictie heen.

 

Screenshot van de bewuste scène: