STRANDPAAL 19
Coen Peppelenbos stuurde me een afbeelding van een advertentie in De Drie Provinciën van 16 november 1928.
Dit is de gehele advertentie...

en dit is een detail:

En dit is een fragment uit dit boek, waarin ik schreef over het boek van mijn opa:
Na de verschijning van mijn debuutroman vertelde mijn vader mijn oma van dit heugelijke nieuws. Mijn oma was echter met de jaren een beetje zwakhoofdig geraakt en toen een verpleegster van mijn oma’s verpleeghuis een kopje thee kwam brengen, riep mijn oma trots: ‘Hoor je dat? Mijn kleinzoon! Mijn kleinzoon is gedementeerd!’
Mijn oma was extra trots, want haar eigen man – die ik nooit heb gekend - had eind jaren twintig ook gedementeerd als schrijver. Na afloop van de presentatie van mijn eerste boek kreeg ik van mijn vader een oud, vergeeld exemplaar van het debuut van mijn opa, uitgegeven door de gebroeders Kluitman. Ik kende het werk, want toen ik nog een jaar of twaalf was heeft mijn vader me het eens laten zien, waarna ik zelfs een poging deed het lezen, wat meede door den oude spelling en ouderwetsche vormgeving niet lukte. Nu ik zelf schrijver was, redeneerde mijn vader, zou het boek van mijn opa in goede handen zijn. Ik was inderdaad erg zuinig op het vod, zo zuinig dat ik het ergens opborg waar ik het niet meer kon vinden.
Het mooie van een naderende verhuizing is dat verloren gewaande spullen weer tevoorschijn komen. Gisteren zag ik het bij het uitpakken van een doos: Strandpaal 19 van M.J. Giphart, nog verlepter dan in mijn herinnering. Mijn opa heeft twee jongensboeken geschreven. Stadje op stelten heet het andere, maar daar hebben wij geen enkel exemplaar meer van. Enige spaarzaamheid is dus geboden, al dachten mijn kinderen daar anders over. Broos had het boek eigenhandig uit een doos gefrommeld en Tip zat er vrolijk in te scheuren. Met blije ogen keek ze me aan toen ze net op het punt stond Strandpaal 19 uit elkaar te trekken. Ik kon het boek redden, en vergat het uur daarna terstond andere spullen te bekijken.
Vanmiddag kwam E. op mijn kantoor. Hij had een fraai cadeau voor mijn verjaardag: twee Strandpalen. Die beide exemplaren verschilden van de versie die ik bezat. Er waren dus maar liefst drie verschillende drukken van het boek. Mijn opa had een heuse bestseller geschreven! Nu is het in Engeland volstrekt normaal wanneer jaren, soms eeuwen na verschijning van een boek alsnog een verse recensie in een gezaghebbende krant verschijnt. In Nederland zal het niet snel gebeuren dat een letterkundige wanhoopsredactie van bijvoorbeeld de Volkskrant romans als Het land van herkomst, Nooit meer slapen of Op weg naar het einde herbespreekt, want hoezeer men er daar ook prat op gaat ‘de waan van de dag’ te verafschuwen; het zijn louter de hyperactueelste boeken die aandacht krijgen. Hoe onterecht. Neem een boek als Strandpaal 19 van iemand als M.J. Giphart.

Marinus Giphart werd geboren in 1902 te Oudenhoorn. Voor zijn eerste baantje was hij, in navolging van zijn oudere broer Lo, secretaris van de beroemde kinderboekenschrijver Joh. H. Been. In de jaren twintig was het beroep van schrijver blijkbaar dusdanig lucratief dat een schrijver iemand in loondienst kon nemen om zijn administratie te doen. Kom daar eens om bij die stumperds van tegenwoordig. Giphart hield het twee jaar vol om Beens fanmail te beantwoorden en vertrok toen naar de redactie van een krant. Rond zijn dertigste – toen zijn eigen kinderen werden geboren – schreef Giphart in navolging van zijn oude werkgever zijn Strandpaal. Het verscheen in de reeks ‘Geïllustreerde Bibliotheek “In de Vacantie”‘ voor jongens van 10 tot 14 jaar (gebonden fl. 1.75, ingenaaid fl. 1,-).
Het verhaal van Strandpaal 19 is op zijn vriendelijkst gezegd ‘niet al te ingewikkeld’. Twee filosofisch ingestelde jongens, een lange en een dikke, komen elkaar tegen op een dijk en sluiten vriendschap. Meteen diezelfde avond ontmoeten ze, na een fikse boswandeling, een zonderlinge vent. Terwijl de jongens zich met dit vreemde sujet vermeien, wordt er door de ouders van de knullen een zoekactie in touw gezet. Veilig thuis reconstrueren de jonge helden dat de grijsaard uit het bos een vermomde smokkelaar moet zijn geweest, waarna ze de veldwachter op de hoogte brengen. De smokkelaar en zijn kliek worden in de kraag gevat, eind goed al goed, al zijn we dan nog maar halverwege het boek. In het resterende gedeelte vertelt Giphart welke lofuitingen de beide jongens krijgen toegezwaaid en hoe trots een ieder is, de Minister van Justitie en de Koningin in het bijzonder (de beschrijvingen hiervan zullen menig rechtgeaarde pedofiel doen watertanden).
In alle eerlijkheid: Strandpaal 19 heeft de Nederlandstalige jeugdliteratuur niet met een meesterwerk verrijkt, maar het is aangename leeskost. Nu ik dankzij E. drie exemplaren bezit, moet het me lukken het boek voor mijn opa’s nageslacht te bewaren.





