ER IS GEEN HARDERE WERELD DAN DE POëZIE
Stukje uit het Algemeen Dagblad van 24 februari 2006, naar aanleiding van deze poëzierel:
We kennen milieus in Colombia, Johannesburg, Algerije en Amsterdam-Zuid, maar meest wrede meedogenloze wereld op aarde is toch: de Nederlandstalige poëzie. Maandag wordt in Carré de reprise van het legendarische Poëzie in Carré georganiseerd. Veertig jaar geleden zag men daar Johnny van Doorn selfkicken en Cees Buddingh’ gorgelrijmen. Nu zijn er in ons land inmiddels ongeveer tweeduizend al dan niet zelf benoemde poëten, die maandag allemáál willen opdraven. En dus moest er worden geschift. Maar waar geschift wordt, wordt gevochten. Zo vonden velen het verbijsterend dat bijvoorbeeld Bart Chabot geen uitnodiging had ontvangen.
Twee weken geleden legde dichteres Hagar Peeters met een ongekend staaltje matennaaierij een grote bom onder het avondje rijmen. Als organisatrice van het festival deed ze even een bundeltje open. “Er waren misdeelden dichters die probeerden met vleien en slijmen alsnog deel uit te maken van de gebeurtenis,” schreef ze in de Volkskrant. “Er waren er meer die dreinden en dreigden, en ook een paar - ik zal ze de openbaarmaking van hun namen besparen - die met gekonkel en gemonkel alsnog binnendrongen.” Aha, er staan maandag dus dichters die aanvankelijk niet mochten komen. Op internet heeft deze onthulling een smeuïge rel veroorzaakt (Jules Deelder en Tom Lanoye zouden later zijn binnengezeurd). De voorspelling is we maandag achter de schermen een heerlijke poëtische freefight kunnen verwachten. Benieuwd of er dooien vallen.





