terug naar het weblog > 28 augustus 2009

MIDDEN OP DE WEG

 

Midden op de weg lag een steen

lag een steen midden op de weg

lag een steen

midden op de weg lag een steen.


Nooit zal ik die gebeurtenis vergeten

in het leven van mijn zo vermoeide netvliezen.

Nooit zal ik vergeten dat midden op de weg

lag een steen

lag een steen midden op de weg

midden op de weg lag een steen.

 

Zo maar een gedicht! En het is niet eens Nationale Gedichtendag of een andere wilde poging poëzie onder de aandacht te brengen, nee: zo maar een gedicht op vrijdag! Het is in 1928 geschreven door de Brazilliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade en hoort tot de beroemdste gedichten uit de wereldpoëzie (de vertaling is van August Willemse).

 

Wat is simpeler en bijna overbodiger dan een steen op een weg? En toch heeft de dichter zich door zo’n wegwerpobject laten inspireren om een vloeiend en twinkelend gedicht te schrijven. Ik las het een jaar of twintig geleden voor het eerst op een kamertje in een uitgewoond studentenhuis, waar weinig schoonheid was te vinden, behalve in de boeken die ik las. Wat de regels van Drummond ons leert is dat - als we goed kijken - er in alles waarde en plezier kan schuilen (of althans: dat idee haalde ik er destijds uit).

 

Een paar jaar geleden las ik het gedicht vlak voor het slapengaan voor aan mijn vrouw, met zo’n typische Remco Campert-intonatie. ‘Dit vond ik twintig jaar geleden erg mooi,’ zei ik, waarop mijn vrouw schamper lachte. ‘Midden op mijn kussen ligt mijn hoofd,’ zei ze. ‘Ligt mijn hoofd, midden op mijn kussen ligt mijn hoofd… Weltrusten.’