terug naar het weblog > 30 juni 2009

TOURDEFRANCOFIEL

 

 

Net verschenen: het jubileumnummer van wielertijdschrift De Muur. Het nummer is geheel gewijd aan de Tour de France. Als amuse een fragmentje uit het verhaal dat ik voor dit nummer schreef:

 

Het valt me op dat veel schrijvers de laatste tijd in de media afgeven op begrippen als ‘weemoed’, ‘melancholie’ en al helemaal op het vermaledijde ‘nostalgie’. Voor je het weet loop je als schrijver het gevaar in de toen-was-geluk-nog-heel-gewoonhoek te worden gedrukt. Weemoed en melancholie zijn de zachttreurige gemoedsstemmingen die ons overvallen als we terugdenken aan mensen of gebeurtenissen uit ons verleden, en nostalgie is daar de overtreffende trap van. In onze nostalgische buien verlangen we zelfs terug naar dat wat is geweest. En dat is heel erg.


Hoewel. Wat collega’s ook moge poneren: ik ben niet in mijn eerste aanval van melancholica gestikt. Zo ’s avonds, in de schemering, met een goede bel Calvados cirkelend in mijn glas, stemt het mij aangenaam somber als terugdenk aan vroeger tijden en mensen die ik heb gekend.


Ik denk aan mijn vader, die alweer een paar jaar dood is. Mijn vaders voornaamste herinnering aan Frankrijk was dat de mensen er wijn dronken uit jerrycans. Althans, dat deden de socialistische families die mijn vader met zijn vakbondvrienden had bezocht in de jaren zestig, zo rond mijn geboorte. Mijn vader was geen avonturier, hij hield niet van vakanties of van reizen naar andere oorden. Hij was altijd voorzichtig, zonder een doetje te zijn. Zijn vaste plek op aarde was zijn zitstoel bij de leeslamp, naast het tafeltje met de altijd overvolle asbak.


Televisiekijken deed hij nauwelijks, omdat zijn boekenkast daarvoor te groot was. Behalve als het ging om sport, want dat was mijn vaders verslaving (naast roken, drinken en het spuiten van heroïne). Hij keek alles wat Sport in Beeld, Studio Sport en de buitenlandse zenders hadden te bieden. Toen ik nog jong was maakte mijn vader mij midden in de nacht wakker voor gevechten van Cassius Clay of voetbalwedstrijden om de Wereldbeker. Schaatsen volgden we thuis met behulp van schema’s, grafieken en rondetijden. De Olympische Spelen keek mijn vader van openingsceremonie tot allerlaatste medaille-uitreiking, omdat hij in de vakantiemaanden verder toch niets te doen had (dit was in de periode na de scheiding met mijn moeder, en voor het huwelijk met zijn tweede vrouw).


Het hoogtepunt van het sportjaar was voor mijn vader de Tour de France, of zoals ik in mijn jeugdjaren de uitspraak begreep: de Toedefrans. Mijn vader volgde iedere etappe op tv, ondertussen luisterend naar het verslag op Radio Theo Koomen. Dit zal het venster zijn geweest naar werelden en gebieden die hij niet persoonlijk hoefde te bezoeken, maar waarvan hij wel innig hield. Het land van de wijn in jerrycans. Mijn vader was een oprechte tourdefrancofiel.

 

Hoe dit afloopt leest u in De Muur 25.